De kleuren van Matisse lijken aanwezig in het licht van de streek Cateau-Cambrésis; in Valenciennes lijken de “Jardins de la Rhonelle” iets van de “Fêtes Galantes” van Watteau te hebben; in Douai zie je het ranke silhouet van het belfort, dat zo uit een werk van Victor Hugo lijkt weggelopen, van heinde en verre; ver van Versailles, in het klassieke en serene Cambrai, vindt Fénelon de vrede; de sfeer van de Cisterziënzermonikken heerst nog steeds over de abdij van Vaucelles. Dit is de streek van de beroemde snoepjes “bêtises”, maar deze handels- en industriële streek is ook een streek van uitwisselingen en kunst: Zola maakte er een mijnepos, wat het in werkelijkheid overigens ook was en vertelt het verhaal van het historisch mijncentrum van Lewarde. In Caudry, Cambrai en Valenciennes, vertellen de kant en het borduurwerk ons dat arbeid op zich al kunst kan zijn. Zelfs de natuur werd hier door mensenhanden gevormd, nl. door de Middeleeuwse monniken van het Regionaal Natuurpark Skarpe-Schelde.